Categorie archief: Column

Vrijheid van meningsuiting is niet altijd cool

“Viese rvuil verwende kankerhoer dat je ben hoop dat je binnenkort dood valt het liefs doe ik het zelf.” Toen zangeres Anouk vorige week maandag wakker werd, vond ze op haar haar Facebookpagina in plaats van de gebruikelijke lofzangen van haar fans het gefulmineer van haar tegenstanders in het Zwarte Pietendebat, die haar digitaal onderkotsten. De zwarte drab vol spelfouten (flesje Dropshot gedronken?) droop van haar prikbord af.

anouk haattweet

Iets vergelijkbaars overkwam Paulien Huizinga afgelopen donderdag vlak na de uitzending van Expeditie Robinson, een spelprogramma waarin bekende Nederlanders op een eiland worden uitgehongerd en spellen tegen elkaar moeten spelen. Het resultaat is een aaneenschakeling van valse beweringen en achterbakse acties; verbondjes tussen spelers en samenzweerderige beloftes houden nog geen dag stand, en elke week krijgt de kijker de eindeloze besprekingen van ieders complottheorieën te zien. Afgelopen donderdag leverde Paulien samen met Géza haar tegenspelers een valse streek, waardoor niet zij werd weggestemd door de eilandbewoners, maar publiekslieveling Jan. Na de uitzending regende het scheldwoorden op Twitter, waaronder ‘naaier’, ‘laag kutwijf’, ‘mega stom kut mens’ en ‘smerige hoerenstreek’. Wat ze deed was inderdaad niet chic, maar het hoort bij het spel, en de ene kandidaat gaat daar wat verder in dan de ander. Zijn zulke serieuze verwensingen gerechtvaardigd als reactie op een (niet zo serieus) spelprogramma?

Schermafbeelding 2013-11-06 om 10.42.13

Digitaal schelden lijkt de trend. Monique Burger, eigenaresse van De Nieuwe Boekhandel in Amsterdam en bekend van het DWDD-boekverkoperspanel, werd op Twitter bedreigd nadat ze een column had geschreven over de aanloop van ‘arme mensen’ in haar boekwinkel in Bos en Lommer die het gratis Droomboek voor de koning kwamen ophalen. En een ruit van haar winkel werd ingegooid.

En in de Volkskrant van afgelopen donderdag stond het bericht dat er dagelijks zo’n 35.000 dreigberichten verschijnen op Twitter. Tweehonderd daarvan vindt de politie ernstig genoeg om te onderzoeken. De politie hanteert deze definitie van een dreigtweet: een bericht waarin de twitteraar dreigt met geweld tegen een persoon, een gebouw of eigendommen van een ander. Het gaat niet om scheldwoorden, maar om variaties op ‘Ik steek je neer’ en ‘Ik ga het klaslokaal opblazen’.

Nog eentje van de pagina van Anouk:

Schermafbeelding 2013-11-06 om 10.25.41

Het zal je maar gezegd worden. Waarom kan zo’n zin gewoon op iemands Facebookpagina worden geschreven? Valt zo’n bericht onder de ‘vrijheid van meningsuiting’ waar we zo trots op zijn? En: ik begrijp dat de politie de grens trekt bij potentieel gevaarlijke acties of daden en niet achter elk scheldwoord kan aangaan, maar waarom nemen Facebook en Twitter zelf geen maatregelen? Verbeter de algoritmes. Markeer dit soort tirades als spam of ongepast en laat het systeem leren door steeds meer woorden en woordcombinaties toe te voegen. Berichten die als ongepast worden aangemerkt, moet de gebruiker vervolgens toelaten of definitief verwijderen. Zo kunnen voorvechters van het vrije woord ervoor kiezen om elke vorm van belediging toe te laten.

Om mensen bewust te maken van gedragscodes op sociale media zie ik een campagne van SIRE voor me. Bijvoorbeeld met een plaatje van iemand die een emmer dunne bruine kak over zich heen krijgt en de tekst: “Zou jij de diarree van een ander over je heen willen?”

Want het huidige beleid is om te kotsen.

Deze column werd eerder gepubliceerd op de website van HP/De Tijd.

Advertenties
Getagged , ,

Loyaliteit

‘O, ik zie het al, ze heeft l’amour nodig.’ De fietsenmaker houdt mijn fiets vast bij het stuur en schudt zachtjes. Het is net alsof ik in de spreekkamer van een huisarts ben. Mijn klacht is: alles rammelt. Als ik fiets, maak ik zo’n kabaal dat degene met wie ik samen rij me niet kan verstaan. ‘Laat haar maar een nachtje bij ons logeren, morgen is ze opgeknapt.’

Het is niet de eerste keer dat ik bij deze fietsendokter ben. Ik kom hier graag; het is inmiddels zelfs zo dat ik niet meer scheld maar glimlach als ik onderweg een lekke band krijg. Volgens mijn vriend gaan normale mensen dan naar de dichtstbijzijnde fietsenmaker, ik loop liever een half uur zodat mijn fiets een nachtje bij Theo kan doorbrengen. Dat heet loyaliteit.

Deze week keek ik naar Tegenlicht; de aflevering heette De mensen van nu. Het was een portret van dertigers en hoe de crisis hun leven beïnvloedt. Bezit en carrière zouden minder belangrijk zijn dan vroeger. Iemands waarde zit tegenwoordig in kennis, gedachtegoed en vernieuwende ideeën. De dertigers hebben een eigen bedrijfje, een vast salaris is niet belangrijk. De crisisgeneratie ontleent geen status aan auto’s, huizen en tweede huizen, en denkt bovendien in oplossingen. Toegang is daarbij belangrijker dan eigendom: als we iets niet zelf kunnen, kijken we om ons heen of we iemand kennen die wel een site kan bouwen, een verhuisbusje te leen heeft of weet hoe vaak je een vriezer moet ontdooien.

Delen, ruilen en ondernemen dus. Dat klinkt veelbelovend voor de toekomst. Maar wat deze generatie volgens mij mist, is loyaliteit. We hebben niet meer jarenlang hetzelfde krantenabonnement, dezelfde werkgever of een vast tandpastamerk. Als een product ergens anders beter of goedkoper is, kiezen we daarvoor. Als de service die we nodig hebben dichterbij ook te vinden is, kiezen we daarvoor.

Toch is het altijd druk in Theo’s fietsenwinkel, en de klanten zijn vast niet enkel buurtbewoners. Terwijl ik sta te wachten, houd ik een kleine steekproef: de mensen uit een ander stadsdeel zeggen allemaal om te fietsen voor de klantvriendelijkheid. Ik vraag Theo wat hij denkt dat zijn geheim is. “Je zou denken dat het hier om de fietsen gaat, maar het gaat om de mensen. Ik denk niet aan mijn eigen winkel, maar verplaats me in de persoon aan de andere kant van de toonbank. Als een klant bijvoorbeeld terugkomt met een gloednieuwe fiets waarvan de pedalen stuk zijn, dan zet ik er kosteloos nieuwe op, ook al vallen pedalen nooit onder de garantie. Die drie euro investeer ik, want dat is winst op termijn.”

De klanten van Theo komen terug voor hem. Al vijfendertig jaar, crisis of niet. Daar kan de flex-generatie nog wat van opsteken, want van al dat delen en switchen worden mensen niet loyaler. En dat merken we op den duur aan onze klantenbinding.

 

Tegenlicht: mensen van nu

 

(Deze column schreef ik voor HP/De Tijd)

 

Google Glass: wandelend dagboek of contactgestoord?

Mijn oma zat tijdens de Tweede Wereldoorlog in het verzet. Vorig jaar schreef ik haar verhaal op. Een paar maanden lang ging ik elke zondag naar haar toe en vroeg haar alles wat ik wilde weten over haar belevenissen tussen ’40 en ’45. Ze gaf overal antwoord op. Echt, op iedere vraag (zo leerde ik bijvoorbeeld wat ‘kapotjes’ waren …). Behalve langs mijn oma, bracht ik ook een bezoek aan allerlei archieven om een goed beeld te vormen van die tijd. Wat voor auto’s reden er door de straat? Hoe zag de kleding eruit? Wat voor gordijntjes hingen er voor de ramen? Reden mensen echt op fietsen met houten banden?

In het Stadsarchief van Amsterdam vond ik films en foto’s met echte oorlogsbeelden en in het Nationaal Archief in Den Haag mocht ik het verhoor inzien dat is opgetekend toen mijn oma na een reis van acht maanden in januari 1944 eindelijk in Engeland aankwam. Zelf heeft mijn oma nooit iets opgeschreven, geen dagboek bijgehouden, geen brieven bewaard, geen reisverslag achteraf. Niets.

Er zijn momenten waarop ik haar stilletjes heb vervloekt. Ze had zo veel meegemaakt, waarom heeft ze daar nooit aantekeningen van gemaakt? Dat was nu zulk waardevol materiaal geweest voor het boek. Maar mijn oma was destijds helemaal niet onder de indruk van haar eigen leven, nog steeds niet trouwens. Bovendien was ze bezig met overleven en na de oorlog lag de focus op vooruitkijken, de toekomst, de wederopbouw van Nederland. Ze had helemaal geen tijd om haar eigen geschiedenis op te schrijven.

Voor mijn eigen generatie komt daar een oplossing voor: Google Glass. Een bril met een ingebouwd scherm, camera en computertje. Je legt je leven vast terwijl je het leidt. Met de kinderen naar de speeltuin? Zeg tegen je bril ‘make a picture’ en hij legt het vast. Eenmalig in een ander bed geslapen? Je bril filmt de volgende dag je walk of shame en het filmpje stuur je zo door naar je vriendinnen. Waar is het dichtstbijzijnde benzinestation? Google Glass zoekt ‘m voor je op en navigeert je er zo heen, de route projecteert hij op het glas van de bril. De informatie staat praktisch op je netvlies.

Had mijn oma die bril maar tijdens de oorlog. Dan had ze me een aantal videobestanden gegeven en kon ik meteen beginnen met het verhaal. Had maanden research gescheeld. Toch ben ik blij dat het niet zo is gegaan. Want dan had ik al die gesprekken met haar over de oorlog misschien niet gevoerd. Dan had ze me een aantal mp3-bestanden gegeven en de groeten. Maar dankzij de vele gesprekken die we voerden, heb ik het verhaal van haar persoonlijk gehoord.

Google Glass gaat ervoor zorgen dat wij nog minder met elkaar communiceren en meer op de techniek vertrouwen. In Londen iemand de weg vragen en met diegene in een pub belanden? Gaat niet meer gebeuren. Sta je bij de rugbywedstrijd van je zoontje? Grote kans dat je ondertussen De Wereld Draait Door op je bril projecteert. Niet echt sociaal voor je kind en ook niet voor de andere ouders langs het veld.

Techniek is cool, maar het moet niet zo ver gaan dat we contactgestoord worden. De gesprekken met mijn oma had ik nooit willen missen. Aan het einde van het laatste interview zei ze: ‘Ik denk dat niemand mij nu beter kent dan jij’.

Getagged , ,

Top-5 eigenschappen van een goede Mol

Ruim twee miljoen Nederlanders kunnen vanavond hun Molboekje ritueel verbranden en weer slapen zonder te piekeren, want even na 20.30 uur is eindelijk bekend wie de Mol is van seizoen 13. Vorige week brak AVRO’s Wie is de Mol? opnieuw haar eigen kijkcijferrecord. Er keken ruim 2,3 miljoen mensen en daarmee is het de best bekeken aflevering van het spelprogramma ooit.

Vooruitblikkend op de finale-uitzending is het na twaalf mollen een goed moment om de balans op te maken: wat zijn de vijf beste eigenschappen van een goede Mol?

1. Super sluwheid

De nummer één eigenschap komt niet van een mol maar van een ander dier: de vos. Sluwheid is in dit spel een vereiste om de rol van mol uitmuntend te spelen en niet ontdekt te worden. Een goede Mol sluit met iedereen vriendschap, wint vertrouwen en maakt dan bij al zijn nieuwe ‘vrienden’ een andere ‘vriend’ verdacht. De illusie wekken dat zij gezamenlijk een vijand hebben, schept een band. En dat terwijl de Mol zelf de vijand is.

2. Ongekende sabotagetechnieken

Het is misschien wel de moeilijkste taak van de Mol: elke opdracht moet onopvallend gedwarsboomd worden. Dit vereist super sabotagekwaliteiten. De Mol kan zelf een opdracht laten mislukken door met opzet maar ongemerkt fouten te maken, verwarring te zaaien of met geveinsde onwetendheid vragen verkeerd te beantwoorden. Maar de Mol kan ook een andere kandidaat voor zijn karretje spannen zodat hij zelf niet opvalt als stoorzender. Hogere sabotagekunst.

3. Hongerig zijn

Een topmol snakt elke minuut naar informatie en wil precies weten wat er speelt in de groep. Hij of zij is hongerig naar anekdotes, verdachte gebeurtenissen en geheime samenwerkingen. Deze informatie inwinnen gebeurt op slinkse wijze en samenzweerderige toon en in alle hoeken van het spel, dat wil zeggen met en zonder camera, want een goede Mol is dat 24/7. Fijne bijkomstigheid van het beheersen van deze techniek: het is voor een kandidaat van levensbelang om zoveel mogelijk over andere kandidaten te weten. Een Mol die continu informatie lospeutert, verdient zo binnen de groep ook het kandidatenimago.

4. Paniek zaaien

Een goede mol saboteert niet alleen tijdens de opdrachten maar zaait ook verwarring en paniek op onverwachte momenten. Op de hotelkamer, aan het ontbijt, in de bus en in het vliegtuig. Kees Tol, kanshebber voor de Mol van dit seizoen, deed dat subliem: penningmeester Tania raakte de geldpot kwijt en Kees vond (of jatte de pot van haar, dat weten we nog niet) de envelop met al het groepsgeld in de bus. In plaats van dat hij de pot aan haar teruggaf confronteerde hij haar pas dagen later, in het bijzijn van de hele groep. ‘We hebben met z’n allen zo hard gewerkt voor al dat geld en jij raakt het zomaar kwijt?!’ Alle kandidaten waren het daarmee eens, er werd openlijk gestemd voor een nieuwe penningmeester (een functie die ook weer om vertrouwen draait) en zo stookte Kees iedereen tegen elkaar op. Paniek om geld zonder dat er een opdracht wordt gespeeld, briljant.

5. Onverwacht acteertalent

De Mol moet continu acteren, en dat nog geloofwaardig doen ook. Een supermol slaagt erin zich binnen de groep zo te presenteren dat de kandidaten niet verwachten dat hij überhaupt in staat is tot liegen en bedriegen. Dennis Weening (de Mol van seizoen 8) was heer en meester in deze eigenschap. Gedurende het hele seizoen was hij slechts één keer verdacht. Joris Linssen zei destijds tegen een medekandidaat: ‘Dennis kan niet eens liegen, dat vindt hij helemaal niet leuk.’

 

Mooi wel dus. En dat is nu precies waar goed Molschap en het spel Wie is de mol? om draait:Trust nobody’.

Wie is de Mol? Seizoen 13

P.S. Wist je dat het spel in 2001, 2002, 2009, 2010, 2011 en 2012 al werd genomineerd voor de Gouden Televizier-Ring, maar deze prijs nog nooit heeft gewonnen? Op twitter wordt volop gesuggereerd dat het in 2013 dan eindelijk gaat gebeuren.

Getagged , , , ,

Marjolijn = Maxim

17 september 2012 was zijn coming-out. Schrijver, filosoof en NRC-columnist Marjolijn Ferbruari (49) zou voortaan Maxim heten. Niet alleen zijn voornaam veranderde, maar ook zijn voorkomen, want sinds het voorjaar gebruikte Maxim mannelijke hormonen om ook lichamelijk te transformeren. Hij kondigde dat aan op zijn website (de url marjolijnfebruari.nl leidt inmiddels ook naar maximfebruari.nl) en in zijn column. Sindsdien heeft hij een dagtaak aan het verwerken van alle reacties. Er ontstond een ware mediahype en half Hilversum wilde hem te gast hebben. Op uitnodigingen van allerlei talkshows en tv-programma’s ging Maxim toen niet in, op die van Uitgeverij Prometheus om een boek te schrijven wel. En dat boek is er nu, De maakbare man.

Donderdag was Maxim te gast in De Wereld Draait Door, de echte winnaar van het mediaspel rondom Februari omdat zij hem als eerste op beeld hadden. Woensdag was hij al te horen (niet te zien dus) in het radioprogramma Tijd voor Twee. Op de website van de uitgeverij staat een lijstje met kranten- en tijdschriftinterviews die we nog kunnen verwachten: Trouw, de Volkskrant, NRC Handelsblad, Filosofie Magazine en Psychologie Magazine. Dit zal een verkorte versie van de lijst zijn, want op zijn weblog hetextraorgaan.nl (die naam!) schrijft Maxim: ‘Nu er een boek van mij aankomt, neemt de aandacht toe, en met de aandacht komen de uitnodigingen, en met de uitnodigingen loopt de correspondentie op, uren per dag ben ik zoet met het beantwoorden van alle vragen en verzoeken.’

In De Wereld Draait Door zegt Maxim (wat de afkorting van Maximiliaan schijnt te zijn) al die aandacht wel te begrijpen: ‘Het is ook een spectaculaire transitie. Ik kan me voorstellen dat iedereen het wil zien.’ In dat veranderingsproces is Maxim nu ongeveer halverwege, over twee weken is zijn Maniversary (wat mij betreft kanshebber voor Van Dales Woord van het Jaar-verkiezing). Daarna begint de snor- en de baardgroei, Maxim zal breder worden en een strakkere kaaklijn krijgen. Vragen over zijn geslachtsdelen mogen niet worden gesteld. ‘Dat is onbeleefd. Bovendien hangt iedereen mannelijkheid en vrouwelijkheid op aan geslachtsdelen, en ik denk dat geslachtsdelen overschat worden in het leven. Hoe het er daarbeneden uitziet, doet er niet zoveel toe.’

Maxim vergelijkt zijn transitie met immigratie: ‘Ik moet echt inburgeren in de wereld der mannen. Ik loop voortdurend op tegen dingen waar ik niet op was voorbereid, zoals vrouwen in en uit hun jas moeten helpen.’ Van Nieuwkerk ziet dat niet als een obstakel maar als een feest: ‘Dat is toch een teken dat het is gelukt? Vrouwen zien u als man!’

In zijn boek schrijft Maxim dat hij op 10 aug 2012 voor het eerst werd aangesproken als man, in een winkel in Zeist. Dat vond hij geweldig. Verlangend naar bevestiging van onbekenden ging hij winkel in, winkel uit om de reacties te testen. Iedereen zag hem als man. Doel bereikt. Toch zal dat na een boek en een optreden in DWDD weer andersom veranderen (transgenderen): voorheen was alleen grachtengordel Nederland bezig met ‘Marjolijn = Maxim’, straks weten alle winkelassistentes dat Maxim eerst Marjolijn was. Ook die in Zeist.

Maxim Februari

P.S.

Kijktip 1: I am a woman now (2011) van documentairemaker Michiel van Erp. Hij volgde vier transseksuelen die vijftig jaar geleden als een van de eersten een sekse-operatie ondergingen.

Kijktip 2: FTM transition: One year on testosterone. Aangrijpend filmpje (7.35 min) van een Amerikaans meisje dat een jongen wordt. Ongelofelijk: het verschil na 365 dagen testosteron.

Getagged , , , ,

Vero Cuoio

Op mijn veertiende barbecuede ons gezin zo vaak mogelijk. Spareribs waren favoriet. Los van de letterlijke vertaling – reserveribben – zette de vorm van dit vlees mij aan het denken. Ik ging het visualiseren en bedacht er een kop, vacht en pootjes bij totdat ik een vrolijk pluizig varkentje voor me zag. Waar die rib precies vandaan kwam had ik me nog nooit afgevraagd maar nu ik het wist (Wilbur, het aaibare varkentje uit Charlotte’s Web!) besloot ik: deze ribbenkast moet ik niet. Zo is het begonnen. Het waren de laatste botjes waar ik aan zou kluiven. Op verzoek van mijn moeder – huilend roerde ze in een eenpersoons pannetje met groente en vleesvervanger – heb ik nog een jaartje kip gegeten, maar na het wekelijkse gerouleer tussen kipcurry, kipcordonbleu en kipsaté (ik heb geen idee waar de leus ‘Kip, ’t meest veelzijdige stukje vlees, KIP!’ op is gebaseerd) heb ik daar ook een eind aan gemaakt.

Je bent wat je eet, zeggen ze. En ik was liever tofu dan varken. Sinds het paardenvleesschandaal zijn veel mensen nu opeens paard in plaats van koe. Het is niet de eerste keer dat ik teleurgesteld ben in de herkomst van iets. Zo ontdekte ik middenin mijn glacé koekenperiode (voor 60 cent kocht ik er dagelijks eentje in de schoolkantine) dat het roze van de Roze koek gemaakt is van bladluis. Bij De Keuringsdienst van waarde zag ik dat in elk buisje griepkorrels van Oscilloccocinum een minuscuul stukje eend zit. En tot mijn twintigste leefde ik in de veronderstelling dat het ‘Vero Cuoio’ onderop mijn schoenzolen de naam was van de dure Italiaanse ontwerper.

In Engeland schijnen mannen in witte jassen de school- en ziekenhuiskantines ondersteboven te keren op zoek naar resten paard. Nu ze daar toch zijn, is het misschien een idee om ook de schoenzolen van de kinderen en de broekriemen van de chirurgen mee te nemen naar het lab voor onderzoek. Net zoals mijn varkentje hadden al die paardenvleesbiefstukken namelijk ook ooit een huidje. Als paardenleer straks opduikt in de mode-industrie kunnen we eindelijk door naar hoofdstuk twee van het paardenvleesschandaal, want dat de diepvrieslasagne niet te vertrouwen is weten we nu wel.

baby paard met laarzen

Getagged , , ,

Lowlandskaartverkoopstress

De wekker van mijn telefoon gaat morgen om tien uur, de melding is ingesteld op ZO LUID MOGELIJK. Niet omdat ik nu al weet dat ik me vanavond ga laven aan meters bier, afgetopt met Campari-soda en een shotje Jäger voor de sfeer, en bang ben dat ik zonder wekker nooit meer wakker zal worden. Nee, deze herinnering staat al maanden met kapitalen in de digitale agenda: morgen start lowlands met de kaartverkoop en uit ervaring weet ik: dat wordt chaos, stress en als een bezetene op de F5-knop van mijn toetsenbord drukken.

Drukken, daar begint het mee, maar hoe langer het duurt dat je er maar niet doorheen komt, hoe meer het op rammen begint te lijken, totdat uiteindelijk de F en de 5 niet meer zichtbaar zijn op de toets. Het aankoopproces van een lowlandskaartje gaat ongeveer zo: om 10.45 uur surf ik naar de ticketverkoop-site. Naast de laptop liggen de bankpas en e.dentifier klaar (gisteren nog vijf cent naar mezelf overgemaakt om er zeker van te zijn dat de iDEAL-techniek me niet in de steek zou laten, o mijn god wat een slimme actie!). In een tweede venster open ik twitter en type #ll13 in het zoekvenster zodat ik Neerlands aankoopleed in realtime kan volgen. Op mijn telefoon zie ik dat er 26 nieuwe berichten zijn in de ‘lalalaa lowlands 2013’ whatsapp-chat: alle leden van ons festivalclubje zijn aangemeld, alle zes zitten er klaar voor. Klaar om 185 euro over te maken voor een feest dat in augustus pas plaatsvindt.

En dan is het elf uur en begint het zweten, een kaartje kopen is topsport: non-stop schakelen van scherm één naar scherm twee, door naar twitter en naar whats-app en naar de vragen in je hoofd: waarom kom ik er niet doorheen? Zal ik nu refreshen of over dertig seconden? Zal ik een tweede scherm openen en nog een keer inloggen of word ik in het eerste scherm dan ook achteraan de wachtrij geplaatst? Waarom heeft Mojo geen voorrangspolicy voor mensen die al zeven keer zijn geweest?

Op twitter verschijnen de eerste berichten: ‘Yesssssssssss, Biddinghuizen here we come!’ en ‘Mijn tent en ik gaan naar lowlandsssssz’. Behoorlijk verontrustend. Maar nog verontrustender zijn de berichten uit mijn eigen groep: de eerste twee hebben hun kaartje binnen. Op twitter wordt nu gezegd dat de eerste 20.000 kaartjes er doorheen zijn gegaan in twee minuten, het record van vorig jaar is verbroken. Ping: de derde van ons is erdoor. En dan Ping! de vierde. Ik kijk op mijn scherm, ik ben eruit gegooid! Inmiddels zijn volgens twitter 40.000 kaarten verkocht en moet ik weer opnieuw beginnen, achteraan aansluiten in de wachtrij. Ping: nummer vijf is door en gaat beginnen aan het betaalproces. Op dat moment wordt mijn scherm vernieuwd, ik denk dat ik erdoor ben, switch nog even naar het scherm met de twitterberichten en zie dan staan: #ll13 UITVERKOCHT! Het is voorbij, de Maya’s hadden het al voorspeld, dit is toch nog het einde van de wereld.

Mijn enige optie is als slaafje bij La Place pistoletjes vullen met eiersalade en sprieten bieslook voor het vers-effect. En dan komt wat nu al het mooiste bericht van het jaar zal zijn, binnen op de whatsapp-chat: ‘Car! Ik heb er twee. Jij gaat mee!’

In negen minuten zullen 60.000 mensen morgen 185 euro overmaken naar Mojo voor een festival dat pas over een half jaar in een weiland plaatsvindt. De overheid bezuinigt dan wel op cultuur, de consument allerminst. 

lowlands aug 2012

Getagged , ,

Het gat in mijn hoofd

Ik sprong vanochtend een gat in de lucht. En meteen ook een gat in m’n hoofd. Ja, echt waar. Eerst dacht ik dat het wel meeviel, maar toen het na een paar seconden op een aflevering van Dexter begon te lijken, besloot mijn zusje dat het toch beter was om even langs de Eerste Hulp te gaan. Voor de zekerheid. Haar vriend had net een nieuwe auto en wilde graag voor ambulance spelen. Met alle knipperlichten aan reed hij met honderd kilometer per uur door de stad. Bij de balie van het Lucas Andreas Ziekenhuis ontdekte ik dat je met een bebloede handdoek en een straaltje bloed van kruin naar voorhoofd direct mag doorlopen. Verzekeringspasje werd niet om gevraagd, identiteitskaart evenmin. Naam was genoeg.

In Dubai gaat dat heel anders. Aan de balie van de Eerste Hulp zei mijn vader: ‘Here’s the insurance card.’ De man antwoordde: ‘We don’t take insurance cards, sir, we take Mastercard.

Het verschil in aanpak zette me aan het denken: als je in Nederland ook direct je creditcard zou moeten afgeven, zou je dan minder snel naar de Spoedeisende Hulp gaan? Vallen alle ‘voor de zekerheid’-gevallen dan af? En levert dit voor de zorg dan een besparing op? Of krijg je dan patiënten die later langduriger behandeld moeten worden omdat ze er niet meteen bij waren en die bij wijze van verklaring dingen zeggen als: ‘Ja, de avond dat het gebeurde had ik net sushi gegeten en ik was dat weekend ook al losgegaan in de Bijenkorf dus mijn budget voor die week was er wel doorheen, maar nu heb ik eigenlijk al weken last van mijn knie.’

Hoe dan ook, ik was blij dat ik daar met een gat in m’n hoofd niet over na hoefde te denken.

Image

P.S. In de categorie ‘WIE KOOPT DIT NOU?’: bloody behang van www.pixersize.com

Getagged , ,

Alleen maar netjes downloaden

Ik was blij dat de film Alleen maar nette mensen heette, of laat ik het zo zeggen, ik had geen zin in een film die Alleen maar gore mensen heette, dus ik stiefelde vol goede moed samen met een vriendin en vijfhonderd gram pepernoten naar City, de Pathé-bioscoop aan het Leidseplein.

Zoals het in Amsterdamse bioscopen gewoonlijk gaat, zat iedereen op een andere plek dan ze even daarvoor zelf op het scherm bij de kassa hadden uitgekozen. Het gevolg: onze stoelen waren bezet, maar wij bleven bij onze keuze voor rij 2, stoel 6 en 7. Er volgde een stoelendans. Een paar minuten en een aantal indrukwekkende bedreigingen later (‘Hey, meisje, kan je niet bukken ofzo? Ik kan jou wel leren bukken hoor’) zaten we klaar voor het verhaal over David en Rowanda. En David en Naomi. En David en Rowanda. En David en Destiny. En David en Miss Kelderboxseks. En David en Lady Soul. Misschien werd ik beïnvloed door al het Duo Pennotti-gebeuren op het scherm, in elk geval had ik behoefte aan de mix pure en witte chocopepernoten die ik in mijn tas mee naar binnen had gesmokkeld. Eén probleem: ik durfde sinds de buk-opmerking de krakende zak niet open te maken, uit angst na de film een rochel met stukjes popcorn in de capuchon van mijn jas te vinden en een dwingende uitnodiging voor een lesje bukken in een obscure garagebox. Ik moest me concentreren om stil te blijven zitten en toen ik naar links keek, zag ik dat mijn vriendin ook niet in de meest ontspannen houding zat: met de voeten van de vloer, knieën in haar nek, doodsbang dat een pluizige stadsmuis haar been zou aanzien voor een stukje Emmentaler. En dat is het moment waarop ik besloot: dit was mijn laatste keer bioscoop.

Ik ga vanaf nu Alleen Maar Netjes Downloaden.

 

Getagged

Geraniums

Op 7 augustus was het zeventig jaar geleden dat de Gestapo op de stoep stond bij mijn oma. Zeven-tig jaar geleden. Dat getal zette me aan het denken. Want het lijkt een eeuwigheid; ik vind het nogal moeilijk om me voor te stellen hoe ik er over zeventig jaar bij zit. Doe ik dan een hele week met één zak zachte witte bolletjes? Met leverworst en smeerkaas; alles zacht en smeerbaar in verband met mijn kunstgebit? En de belangrijkste vraag: heb ik geraniums? En: zit ik daar achter?

Behalve dagelijkse beslommeringen in de categorie flora, fauna en plastic tanden, speelt er natuurlijk meer in het bejaardenleven. Waar ik benieuwd naar ben is: wat zit ik tegen die tijd (al dan niet achter geraniums) te overpeinzen? En welke gebeurtenis van zeventig jaar geleden heeft dan nog steeds impact op mijn dagelijks leven? De tupperware doosjes bij mijn oma in de vriezer verraden dat ze nog altijd geen eten kan weggooien. Een erfenis van de oorlog. Maar het gaat dieper dan dat want als ze iemand ontmoet, vraagt ze zich af: ‘Zou ik bij hem onderduiken?’ Zo beoordeelt ze mensen nog steeds in de wijze waarop ze te vertrouwen zijn.

Dat lijkt mij een lastige bagagebak, maar van mijn oma weet ik ook dat ze juist dankzij die oorlog bij de dag heeft leren leven, je weet maar nooit wanneer de laatste kan zijn. Dat is niet iets wat ze uitspreekt maar dat merk ik aan de manier waarop ze van elke dag weer een klein feestje probeert te maken. Nieuwe recepten uitproberen, zwemmen in een meer, lange vingers drenken in de Amaretto en dan ‘een dot’ verse room erover, bumperkleven op weg naar de supermarkt.

Dat hoop ik over zeventig jaar ook allemaal nog te doen.

Getagged , , , , ,